Web Content updated Tue Dec 30 2008 6:55 am CST
-
U hebt een eigen zaak of u oefent een vrij beroep uit, u bent een 'kleine'
zelfstandige of u staat aan het hoofd van een KMO en u wilt ook op het
wereldwij...
Odilon Petrus Sinjoors (1881-1929) was een gerespecteerd archeoloog en heemkundige uit Mechelen, gefascineerd door de legende van 't Opsinjoorke aan wie hij - mogelijk - zijn naam te danken had. Tot zijn verbijstering merkte hij dat de verschrikkingen van de Grote Oorlog zijn stadsgenoten niet meteen hadden bekeerd tot betere mensen. De Spaanse Griep maakte in 1919 heel wat slachtoffers, vooral onder het arme en ondervoede volk. Zijn rechtvaardigheidsgevoel kwam tegen zoveel onrecht in opstand. Onder wat nauwelijks een schuilnaam mocht worden geheten - hij noemde zich 'Opsinjoorke' - kwam O.P. Sinjoors als een moderne Robin Hood in actie. Hij zou stelen van de rijken en de buit verdelen onder de armen...
Gedurende de 'roaring twenties' groeide 'Opsinjoorke' uit tot de grootste dief en inbreker die Mechelen ooit gekend heeft. De beruchte gentleman-gangster bleek onvatbaar te zijn en bleef de politie voor steeds nieuwe raadsels stellen. Omtrent zijn identiteit tastten de gerechtelijke instanties volkomen in het duister. Nadat Odilon Sinjoors op 17 februari 1929 schielijk was overleden ten gevolge van een hartstilstand, staakte het criminele Opsinjoorke eveneens al zijn activiteiten - maar nog steeds was er niemand die een verband legde tussen de sympathieke schelm en de weliswaar excentrieke, maar alom gerespecteerde archeoloog en heemkundige. Het testament van Odilon Sinjoors bracht daar verandering in. Het was geheel en al opgesteld in de lijn van zijn toch wat zonderlinge levenswandel en het bevatte 'een addendum', in de vorm van een bruine omslag, die pas op de eerstvolgende eerste april geopend en bekend gemaakt mocht worden.
Toen de 'buitengewone' clausule op 1 april 1929 inderdaad werd nagevolgd en de omslag werd ontsloten, bleek die niet alleen een vrij omvangrijk dossier, maar ook dit tegelijk mysterieuze en schokkende briefje te bevatten:
"Ondergetekende Odilon Sinjoors verklaart hierbij dat hij en niemand anders weet waar zich de nog niet onder de armen van Mechelen verdeelde Buit van Opsinjoorke bevindt. Deze 'schat' zal te beurt vallen aan hij of zij die ze verdient!"
Sinds 1 april 1929 zijn tientallen onderzoekers, schattenjagers, amateur-detectives en speurneuzen, met de elementen uit het dossier in de hand, op zoek gegaan naar hetdoor Opsinjoorke bij elkaar gestolen Fortuin van Mechelen - maar blijkbaar heeft tot dusver niemand de schat verdiend. Vandaar dat wij nu voor het eerst een grootscheepse en georganiseerde poging ondernemen om de Buit van Opsinjoorke alsnog op te sporen, door de documenten aangetroffen in de nalatenschap van Odilon Sinjoors ook voor het eerst ter beschikking te stellen van een zo breed mogelijk publiek.
Klik op de titel en speel het stadsspel met een doe-het-zelf pakket of met een spelleider!
Het boek van Louis Van Haecke, over het Heilig Bloed van Brugge, is werkelijk de moeite waard! Het start met enkele bladzijden over de herkomst van de naam "België" (Belgae fortissimi enz...) - wat ons meteen aan de etymologische hoogstandjes van Boudet herinnert.
Over voor de hand liggende ketters en ketterijen in verband met het Heilig Bloed - "usual suspects" als katharen, Tempeliers, de Graal... - rept hij met geen woord, misschien omdat zij pas sinds Baigent, Leigh & Lincoln en hun internationale bestseller "Het Heilig Bloed, de Heilige Graal" aan de oppervlakte kwamen. Maar deze man die door Joris-Karl Huysmans als een Super Satanist werd beschouwd (zie ook Een Satanist in Brugge) heeft het wel over de veel minder bekende ketterijen van het Orfisme (zie ook Memoires van Heer Halewijn) of van de Bogomielen.
Louis Van Haecke heeft het in zijn boek over het Heilig Bloed van Brugge uitgebreid over... het Heilig Bloed van Mantua. En als dit boek blijkt een soortement Da Vinci Code te bevatten, zou ik daar niet van opkijken. Zijn gebruik van voetnoten is nogal curieus en soms zelfs ronduit idioot: zo verwijst hij met een voetnoot al eens naar iets op de pagina ervoor of erachter. En het boek eindigt als volgt (zie ook Een Satanist in Brugge):
Last but not least, zijn er in het boek van Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge nogal wat referenties te vinden naar Nostradamus en zijn kwatrijnen waarin een tempel, een schat en/of een geheim aan bod komen, en die stuk voor stuk naar Orval lijken te verwijzen (zie ook: Nostradamus and the Lost Templar Treasure of mijn boek Nostradamus in Orval. Helemaal "out of the blue" vermeldt hij een kwatrijn waarin een Frans gezegde voorkomt over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër. En wie heeft ook al een beroemd kwatrijn over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër geschreven? Inderdaad.
Plotseling begint Van Haecke Christus ook aan te duiden als "le Verbe éternel", "le Verbe incarné", "le Verbe" of "le Verbe de Dieu"; hij doet dit op een tweetal pagina's en dan niet meer en hij heeft deze omschrijving ook niet eerder gebruikt. Nu is "le Verbe de Dieu" een synoniem van "le Verbe Divin"... en heeft Nostradamus nogal wat kwatrijnen waarin "le Divin Verbe" voorkomt, en die naar ik meen eveneens naar Orval verwijzen, en zelfs naar de tombe van Bernard de Montgaillard (ik heb daarover óók uitgebreid geschreven in "Nostradamus in Orval").
Q 27, C II bijvoorbeeld:
Le divin verbe sera du ciel frappé,
Qui ne pourra proceder plus avant:
Du reservant le secret estoup,
Qu'on marchera par dessus & devant.
Het goddelijke woord zal uit de hemel geslagen worden en wie niet verder zal kunnen gaan, zal geconfronteerd worden met een geheim dat opgesloten is met de oplossing, en waar men overheen wandelt...
75 Jaar Raadsels rond de Roof van de Rechtvaardige Rechters...
Op zaterdag 11 april 1934 zal het precies 75 jaar geleden zijn dat het nieuws als een lopend vuurtje door de stad Gent ging... De Rechtvaardige Rechters zijn gestolen uit de Sint Baafskathedraal!... Nu, driekwart eeuw later is het paneel uit het wereldberoemde Lam Gods van de Gebroeders Van Eyck nog steeds niet terecht. Het Raadsel van Vlaanderen - ook wel eens het Vlaamse Monster van Loch Ness genoemd - heeft in die 75 jaar ontelbare detectives op de been gebracht, evenwel zonder resultaat...
Ter gelegenheid van deze 75ste verjaardag organiseren wij nu samen met Patrick Bernauw, die een aantal boeken schreef over de Mysteries van het Lam Gods, een Speciale Jubileum Editie van het detectivespel in de stad Gent. Eindelijk kan het grote publiek ook deelnemen aan dit stadsspel in de vorm van een schattenjacht. Het event zal doorgaan op zaterdag 11 april 1934, vanaf 10 uur.
U kunt aan dit stadsspel individueel deelnemen, als koppel, in teamverband... het maakt niet uit! Inschrijven kan vanaf nu tot en met vrijdag de 13de maart 2009 via de mail (info@inter-actief.be) en vervolgens door storting van 13 euro, waarvoor u in ruil op 11 april een Dossier van de Stoutmoedige Diefte zult ontvangen. In dit Dossier zult u geconfronteerd worden met een aantal opdrachten van zeer uiteenlopende aard - ludiek, creatief, crimineel,... - die uiteindelijk moeten leiden tot het terugvinden van de Rechtvaardige Rechters.
Door een samenloop van omstandigheden hebben wij het paneel ondertussen al mogen/kunnen fotograferen (zie foto hierboven). De winnaar(s) van het spel is hij/zij of is het team dat dit paneel, op ware grootte, als eerste weet op te sporen...
Omstreeks middernacht ging de zestiende eeuwse ziener Nostradamus telkens weer naar het platte dak van zijn huis. Daar legde hij een lauriertwijg tussen de drie poten van een krukje, waarna hij de zoom van zijn mantel besprenkelde en een kristallen schaal, gevuld met water, op het krukje zette. Urenlang tuurde hij vervolgens in de kristallen schaal met water, waarin de sterren zich spiegelden. Op een bepaald ogenblik werd hij dan bezocht door visioenen van oorlog, hongersnood, aardbevingen, brand en ander onheil. Die visioenen schreef hij neer in kwatrijnen – verzen van vier regels. Omdat hij bang was met zijn voorspellingen paniek te veroorzaken, gebruikte hij een duistere taal, doorspekt met woordspelingen en rangschikte hij ze ook niet chronologisch…
Voor de jonge leeuw bijt de oude in ’t zand,
Bij een tweegevecht in het krijt, want
Hij zal hem de ogen uitsteken in een kooi van goud.
Wrede dood voor één van de twee, hij is oud!
Een toernooi ter gelegenheid van de bruiloft van de dochter van Hendrik II. De Franse koning treedt in het krijt tegen een vriend van hem. De houten lansen splinteren en er dringt een stuk hout door het vizier van Hendriks helm. Het treft hem in het oog. Hij sterft een afschuwelijke dood.
Zijn naam, nog nooit door een Franse koning gedragen:
Nimmer weerklonken zulke vreselijke donderslagen!
Zie hoe Italië, Spanje en Engeland beven!
Aan vreemde vrouwen zal hij veel aandacht geven.
Napoleon!… De eerste met de naam Bonaparte, een nieuwe naam onder de Franse heersers! Hij was dapper en krachtig als een donderslag en alle Europese naties vreesden hem. Bovendien aanbad hij drie buitenlandse vrouwen…
Beesten zwemmen gek van honger over de rivier.
Tegen Hister is ’t grootste deel van ’t leger hier.
De grote wordt voortgetrokken in een ijzeren tent
Wanneer het Germaanse kind geen wet meer erkent.
De Tweede Wereldoorlog!… Hister is een schuilnaam voor Hitler… IJzeren tenten… pantserwagens?
Naar de haven van twee steden
Zal men twee ongekende plagen leiden.
Om hulp van God schreeuwen in hun gebeden
Zij die aan honger, pest en zwaard nu lijden.
De atoomaanvallen op Nagasaki en Hiroshima, in 1945!
Het oude werk zal worden voltooid
Als men van het dak groot onheil op de man gooit.
Een onschuldige, die gedood wordt, zal men beschuldiging bezorgen.
De schuldige houdt zich in het wazige kreupelhout verborgen.
President Kennedy die vermoord werd in Dallas… en Lee Harvey Oswald die op zijn beurt werd neergeknald.
Van de mensenkudde zullen er 9 afgezonderd worden van oordeel en van raad.
Hun lot zal bepaald zijn bij hun vertrek.
De onrijpe vrucht zal een groot schandaal veroorzaken en veel gepraat.
Grote blaam, voor de ander aan lof geen gebrek.
Het ruimteveer Challenger dat ontplofte op 29 januari 1986.
De ontcijfering van deze voorspellingen van Nostradamus maakt deel uit van een Schattenjacht, waarin de Nostradamus Code centraal staat. Wil jij ook meespelen? Neem dan een kijkje op de site van Nostradamus in Orval !
Wie daar al is gestart met de Schattenjacht, kan hier een volgend hoofdstuk aansnijden!
"De Mijn van de Hollander" is een gratis online schattenjacht, waarin jij of jouw team op zoek gaat naar de legendarische Mijn van de Hollander. De schattenjacht start hier ...
Dit zijn de feiten: Jonas Godyn is een volbloed Belg, al drinkt hij whisky als een Schot en heeft hij de zware, borstelige snor van een Mexicaan en de gelooide huid van een man die het grootste deel van zijn leven in de open lucht heeft doorgebracht, onder de blakende zon. Jonas Godyn spreekt niet, hij dondert. Jonas Godyn heeft de hele wereld rondgezworven, op jacht naar verloren schatten, maar nu lijkt hij plotseling spoorloos van de aardbol verdwenen. Wat is er met hem gebeurd?
Op de computer van Jonas Godyn werden een aantal documenten aangetroffen in een map getiteld 'Sleutels tot mijn Schatkamers'. Blijkbaar heeft Jonas Godyn de resultaten van zijn onderzoeken en expedities veilig opgeslagen op een aantal websites of blogs, waarbij de '???' telkens staan voor een cryptische boodschap, een wachtwoord zeg maar, dat ontcijferd dient te worden. Wie met andere woorden de '???' correct weet in te vullen, zal ongetwijfeld toegang krijgen tot een nieuw document, dat uiteindelijk naar een verborgen of verloren schat moet leiden.
Ga jij individueel of in team-verband de uitdaging aan? Wie/welk team slaagt er als eerste in een belangwekkende historische schat te bergen? Alleen de gedreven schattenjager, die vernuft paart aan doorzettingsvermogen, zal er uiteindelijk in slagen de schatten van Jonas Godyn op te sporen!
DE MIJN VAN DE HOLLANDER – SLEUTEL 2:
Vanuit Phoenix gidste Carmencita mij door het wildste deel van de Verenigde Staten – door maanachtige landschappen, verschroeide woestijngebieden en bergketens doorkerfd door talloze canyons.
'De blanke die dit gebied wil verkennen,' had Carmencita gezegd, 'moet een blindelings vertrouwen hebben in de muilezel die zijn waterzakken en zijn conserven draagt. En voor de rest moet hij kunnen rekenen op zijn twee voeten en op zijn moed.' Ze keek me aan, met een raadselachtige glimlach om haar lippen, en voegde eraan toe: 'Voor ik het vergeet... Hij neemt ook best een Winchester mee of een Smith & Wesson.'
In plaats van een muilezel, huurden we een jeep en reden daarmee naar Apache Junction. In het handschoenvakje van de jeep lag een Smith & Wesson schietensklaar, en achter de zetel van Carmencita lag een Winchester voor het grijpen. Jaja, dit was het échte Woeste Wilde Westen. Hier gaven cowboy's hun paard nog de sporen of dronken ze goedkope whisky in stoffige saloons, de holster op de heup.
'Droom jij ook van goud, gringo?'
Ik grijnsde. Dat 'gringo' van haar herinnerde me al evenzeer aan ouwe spaghetti-westerns. Het was Spaans en het betekende 'vreemdeling', en hoewel wij deze jeep deelden en bij hetzelfde kampvuur zouden slapen - maar wél in een apart tentje - zou ik altijd een vreemdeling voor haar blijven, besefte ik. Dat had het gemak waarmee zij omging met de Winchester en de Smith & Wesson mij wel geleerd.
Toen ik niet meteen antwoordde, lachte ze al haar tanden bloot. Het waren kleine maar scherpe tandjes. Sneeuwwit. 'Zal ik je dan het verhaal vertellen van Jacob Walz, gringo? Zijn bijnaam was Old Snowbeard, weet je. Hij werd ook wel eens ‘de Hollander’ genoemd... Iedereen die in Arizona, Nieuw-Mexico of Texas al eens rond een kampvuur heeft gezeten, kent het verhaal van de Lost Dutchman, de Verloren Hollander – waarmee niet zozeer een persoon wordt bedoeld, maar een plaats...’
‘Een goudmijn?’
‘Precies!... Het is eenheel beruchte geschiedenis... Een Mexicaanse haciendero... een rijke veeboer, zeg maar... heeft een fortuin gevonden in de Mijn van de Hollander, en Old Snowbeard zelf heeft zakken vol goudklompen naar de bank gebracht... Daar zijn bewijzen van...'
Die eerste avond, in de schaduw van de Superstition Mountains, brachten we nog niet door bij de flakkerende vlammen van een kampvuur, maar bij een vriendin van Carmencita, die even buiten Apache Junction woonde. Niettemin vertelde Carmencita mij die avond een onvervalst kampvuurverhaal, dat al anderhalve eeuw in haar familie werd doorgegeven, van moeder op dochter. Het begon in 1847, bij haar overoverover-grootmoeder, Rosita Peralta...
Wij logeerden die eerste avond vlak bij de Dash-In Mini Mart, even buiten Apache Junction, vlak bij het kruispunt van de Lost Dutchman Boulevard en de Apache Trail. Als je op dat kruispunt gaat staan, wat zijn dan je coördinaten, uitgedrukt in graden, minuten en seconden noorderbreedte en westerlengte? We zoeken een getal van 12 cijfers. Maak gebruik van Google Earth!
Een dief die vooral tijdens de jaren twintig van de vorige eeuw actief was, liet zich inspireren door de legendarische Antwerpse kwelgeest Lange Wapper. Hij stal van de rijken en gaf aan de armen... en liet een groot deel van zijn nooit teruggevonden buit na "aan wie het verdient". Hij heeft deze "schat" verstopt, ergens in Antwerpen... en wie de raadsels weet te ontraadselen, de codes te kraken en erin slaagt de andere opdrachten - ook van ludieke aard - uit te voeren, zal de schat vinden.
DE 13 WERKEN VAN LANGE WAPPER is een teambuilding stadsspel dat gespeeld wordt in Antwerpen en de vorm heeft van een schattenjacht. Verschillende teams dienen allerlei uiteenlopende opdrachten tot een goed einde te brengen. Het wordt een race tegen de tijd, want welk team slaagt er als eerste in De Schat van Lange Wapper terug te vinden?
U kunt het stadsspel helemaal zelf organiseren met een handig "doe-het-zelf pakket"... of u kunt samen met ons en met een professionele spelleider op schattenjacht trekken van het Centraal Station in Antwerpen, tot de Grote Markt...
Willem Wappers (1881-1929) was een gerespecteerd Antwerps archeoloog en heemkundige, gespecialiseerd in 'leven en werk' van de legendarische kwelgeest aan wie hij zijn naam te danken had.
Tot diep in de negentiende eeuw durfden vele Sinjoren de naam 'Lange Wapper' niet uitspreken of neerschrijven, uit angst de kwelgeest onmiddellijk te zien verschijnen om er het volgende slachtoffer van te worden. De uitverkoren plek van Lange Wapper was de Wappersbrug over de Herentalse vaart, die ondertussen allebei al lang verdwenen zijn. De vaart werd immers overwelfd en ingeschakeld in het riolenstelsel van de stad. In de vijftiende en zestiende eeuw bracht ze het zuiver water van het Schijn naar de stad, via de Rubensstraat en de Wappersstraat naar de Kammenstraat, waar het moest dienen voor de Antwerpse brouwerijen. Om het water gemakkelijk uit de vaart te kunnen ophalen, hadden de brouwers bij de Wappersbrug een soort hefboom gezet met een dwarsbalk die heen en weer kon wiegen. Het was met deze 'wapper' dat men de volle watertonnen naar boven tilde. Op een kwade dag werd de wapper gesloopt en sindsdien begon de kwelgeest Lange Wapper de stad onveilig te maken.
Op dat ogenblik waren er nog een boel kwelgeesten of waterduivels actief in Antwerpen. Ze huisden in de Lindebosjes bij het Vleminckxveld, achter de Kammenstraat. Dit duivelsgebroed maakte het zo bont dat het kapittel van de Onze Lieve Vrouwekerk zich verplicht zag in processie naar de Lindebosjes te trekken om de kwade geesten te bezweren. Jammer genoeg vergat men daarbij de naam van Lange Wapper te noemen, zodat hij gedurende de volgende eeuwen ongestoord zijn schelmenstreken kon blijven uithalen.
Gewoonlijk was het zo dat Lange Wapper bij valavond uit een of andere rui kwam gekropen, om zich dan in de gedaante van een kind, een grijsaard of een dier in de stad te wagen. Van de Wappersbrug slenterde hij door de nauwe en slechtverlichte steegjes langs de Meir, het Sint Andrieskwartier, het Groen Kerkhof (zoals de Groenplaats vroeger werd genoemd), de Suikerrui of het Vleeshuis. Wanneer hij 's avonds bij storm en regenweer geen levende ziel op straat vond, dan drong hij een kroeg of zelfs een woonkamer binnen. Al moet het gezegd worden dat Lange Wapper het bij voorkeur gemunt had op dieven, rabauwen en dronkelappen - gespuis, kortom. Toch zou ook de grote Vlaamse schrijver Hendrik Conscience kennis gemaakt hebben met de kwelduivel.
Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit en een van de ontelbaar vele slachtoffers was Lange Wapper. Willem Wappers citeert een theorie die stelt dat de brave Antwerpenaren door de verschrikkingen van de Grote Oorlog hun geloof in de kwelgeest verloren. Mythische wezens als Lange Wapper leven nu eenmaal van het geloof in hun bestaan; verliezen de mensen dat geloof, dan verliezen zij ook het 'leven' zoals wij dat kennen, en worden zij in een soort winterslaap gedompeld.
Maar misschien kan er ook iets anders aan de hand geweest zijn. Op zeker ogenblik hadden de Antwerpenaren immers ontdekt dat Lange Wapper een trawant van de Duivel was en bevelen van Lucifer in eigen persoon ontving. Er bestond bijgevolg maar één middel om met de kwelduivel af te rekenen: zich onder de bescherming stellen van een heiligenbeeld, liefst dat van Onze Lieve Vrouw. Aan de Wapperbrug plaatste men het beeld van de Heilige Jozef, op de Suikerrui dat van de Heilige Joannes Nepomucenus, en toen die naar behoren bleken te werken, verschenen er op alle straathoeken van Antwerpen Mariabeelden.
Willem Wappers stelde zich in vele lijvige studies telkens weer de vraag hoe het mogelijk was, dat de legendarische figuur van Lange Wapper van de zestiende tot ver in de negentiende eeuw een waar terreurbewind kon vestigen in Antwerpen. Hij formuleerde ook zelf een aantal antwoorden.
Zo wees Willem Wappers erop dat het grondgebied van de stad toen veel kleiner was. Stenen muren met aarden wallen en daarachter een diep water (vest) liepen van de Schelde langs de Brouwersvliet, de Leeuwenrui, de Ankerrui, de Paardenmarkt, de Italiëlei, de Kronenburgstraat en de Scheldestraat naar de Schelde. Door een zevental poorten kon men in de stad komen. Ook langs de Schelde zelf was er een muur gebouwd, waarin poorten waren uitgespaard die toegang verleenden tot de smalle kanalen, ruien en vlieten waar kleine boten hun koopwaar kwamen laden en lossen. Zelfs de Meir, die toen veel kleiner was, had haar open rui (met stinkend water). De Grote Markt zag er eveneens heel anders uit: tot in 1561, toen met de bouw van het huidige stadhuis werd gestart, stond er een klein bouwvallig gothisch stadhuis en waren de huizen opgetrokken in hout. Van het Steen waren alleen de gevel met de erker van het oude woonhuis in de Steenstraat zichtbaar, terwijl de huidige ingangspoort die straat overbrugde. Pas in 1882 werden de huisjes van de Steenstraat en de Gevangenisstraat gesloopt en werd het Steen gerestaureerd.
De straatverlichting stelde in de gloriejaren van Lange Wapper niet veel voor. In de belangrijkste straten hing er op de hoek een oliepitje in een lantaarn, en dat was het. 'Elcke poorter, zig na taptoetijdt op strate begevende' moest een brandende lantaarn bij zich dragen, of hij werd als een rabauw beschouwd. Al het onheil waar de gewone mens - die nauwelijks onderwijs had genoten - geen verklaring voor vond, werd toegeschreven aan de duistere machten en krachten van duivels en andere boze geesten. Bij valavond, in het halfduister, namen mensen en voorwerpen andere - vaak lange, want uitgerekte - vormen aan dan ze in de werkelijkheid van een klaarlichte dag hadden. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat het bijgeloof welig tierde in de naïeve verbeelding van het volk. Nachtelijke overvallen op eerzame lui, ongevallen met dronkelappen, de schaduwen van in de wind heen en weer bewegende bomen... Lange Wapper was overal.
Tot zijn verbijstering merkte de archeoloog en heemkundige Willem Wappers dat de verschrikkingen van de Grote Oorlog zijn stadsgenoten niet meteen hadden bekeerd tot betere mensen. De Spaanse Griep maakte in 1919 heel wat slachtoffers, vooral onder het arme en ondervoede volk. Zijn rechtvaardigheidsgevoel kwam tegen zoveel onrecht in opstand. Onder de schuilnaam van de legendarische kwelgeest die hij zo lang had bestudeerd en van wie zijn officiële naam toch al een echo was, ging Willem Wappers op pad om - als een moderne Robin Hood - te stelen van de rijken en te geven aan de armen. Gedurende de 'roaring twenties' werd de reeds dood gewaande Lange Wapper opnieuw een begrip in Antwerpen, maar dan uitsluitend als kwelgeest van de rijke burgerij. De beruchte gentleman-gangster, de grootste dief en inbreker die de Scheldestad ooit gekend heeft, bleek onvatbaar te zijn en bleef de politie voor steeds nieuwe raadsels stellen. Omtrent zijn identiteit tastten de gerechtelijke instanties volkomen in het duister.
Nadat Willem Wappers op 17 februari 1929 schielijk was overleden ten gevolge van een hartstilstand, staakte de criminele Lange Wapper eveneens al zijn activiteiten - maar nog steeds was er niemand die een verband legde tussen de sympathieke schelm van de Scheldestad en de weliswaar excentrieke, maar alom gerespecteerde archeoloog en heemkundige. Het testament van Willem Wappers bracht daar verandering in. Het was geheel en al opgesteld in de lijn van zijn toch wat zonderlinge levenswandel en het bevatte 'een addendum', in de vorm van een bruine omslag, die pas op de eerstvolgende eerste april geopend en bekend gemaakt mocht worden.
Toen de 'buitengewone' clausule op 1 april 1929 inderdaad werd nagevolgd en de omslag werd ontsloten, bleek die niet alleen een vrij omvangrijk dossier, maar ook dit tegelijk mysterieuze en schokkende briefje te bevatten:
Ondergetekende Willem Wappers verklaart hierbij dat hij en niemand anders weet waar zich de nog niet onder de armen van Antwerpen verdeelde buit van Lange Wapper bevindt. Deze 'Schat van Lange Wapper' zal te beurt vallen aan hij of zij die ze verdient!
Sinds 1 april 1929 zijn tientallen onderzoekers, schattenjagers, amateur-detectives en speurneuzen, met de elementen uit het dossier in de hand, op zoek gegaan naar het door Lange Wapper bij elkaar gestolen Fortuin van Antwerpen - maar blijkbaar heeft tot dusver niemand de schat verdiend. Vandaar dat wij nu voor het eerst een grootscheepse en georganiseerde poging ondernemen om de Schat van Lange Wapper alsnog op te sporen, door de documenten aangetroffen in de nalatenschap van Willem Wappers ook voor het eerst ter beschikking te stellen van een zo breed mogelijk publiek.
Dat het Fortuin u eindelijke moge toelachen!
Patrick Bernauw,
Executeur Testamentair
Geïnteresseerd? Klik hier en/of vraag hier vrijblijvend een offerte aan!
Op basis van cryptische aanwijzingen en een schatkaart, is de professionele schattenjager Hilaire de Saint-Médard er tijdens de jaren twintig van de vorige eeuw in geslaagd de legendarische schat van de achttiende eeuwse Limburgse roversbende De Bokkenrijders op het spoor te komen. Deze "Indiana Jones" van eigen bodem is er evenwel niet meer in geslaagd "De Buit van de Bokkenrijders" ook te bergen, omdat hij plotseling overleed. Sommigen beweren zelfs dat Hilaire de Saint-Médard vermoord werd...
Hoe dan ook, na driekwart eeuw vruchteloos speurwerk, stellen zijn erfgenamen de informatie die Hilaire de Saint-Médard verzameld heeft, eindelijk ter beschikking van het grote publiek. Met andere woorden: van u dus. Misschien slaagt uw team er wel in de legendarische en fabuleuze Schat van de Bokkenrijders te vinden, waarna uiteraard een percentage aan de erfgenamen dient afgestaan te worden!
Deze ludieke schattenjacht kan in de vorm van een stadsspel in elke stad in Belgisch of Nederlands Limburg georganiseerd worden, met een voorkeur voor Maaseik, Tongeren, Hasselt, Maastricht of Valkenburg. Ergens in de Limburgse stad van uw keuze Tongeren ligt de Schat van de Bokkenrijders verborgen, op een plek die alleen kan gevonden worden door wie erin slaagt de raadsels te ontraadselen, de codes te kraken en diverse opdrachten - ook van ludieke aard - tot een goed einde te brengen. Het wordt een race tegen de tijd... Welk team slaagt als eerste in de opdracht?